Met blijdschap geven wij kennis.
door op 27 november 2005
Terwijl Marcel zijn Lucas vertroeteld, of uitrust van een slapeloze nacht, trek ik in alle vroegte naar Zuid-Oost. De volgende “stage” van wat zonder twijfel een successtory wordt. De zon schijnt. Het natuurgebied tussen A2 en Amstel ligt er als immer onwezenlijk rustiek bij. Niets doet vermoeden dat een paar uur later zich Idols-achtige taferelen zullen afspelen en meedogenloze PvdA-leden het vonnis vellen over de rijke schare top-talenten, die de PvdA rijk is. Een keus maken tussen al mijn favorieten is haast onmogelijk. En dan te oordelen over nieuwkomers, die zich zelf nauwelijks mogen voorstellen en het veelal moeten doen met de goedbedoelde maar toch plechtmatige steun van de plaatsingscommissie bij monde van Walter Etty. Gruwelijk. 

Onwillekeurig stijgt mijn verbazing bij het aanhoren van de enorme bagage, die een ieder met zich meedraagt. Hoe komen die mensen zo gek zich voor zo’n ondankbare hondenbaan op te geven. Wetend dat ze vanaf nu geen seconde vrije tijd meer hebben en door papier en burgers zullen worden opgevreten. En dat tegen een bescheiden vergoeding op de bres voor ons en voor Amsterdammers. Een jeugdige nieuwkomer, maakte diepe indruk met de opmerking: “Amsterdam heeft zoveel in mij geïnvesteerd, daar wil ik graag wat voor terugdoen”. Deze lijst investeert meer dan ooit in jong, en biedt verder een brede staalkaart van wat Amsterdam en de PvdA aan moois in huis heeft. 
“Steun je mij” roept de ene vriend na de andere tegen mij. “Tuurlijk, ik steun iedereen” roep ik vertwijfeld. Maar ik kan geen zwakke broeders ontdekken op deze “prachtlijst”, zoals de een na de ander PvdA coryfee bijna met verbazing uitdrukt. Hoe heeft die Walter dat geflikt, denk je dan. Maar deze beroepsstrateeg oogde ontspannen en zeker van zijn zaak en overtuigde. Het ging chique, met stemkastjes. Niemand kon zien, wie op wie je stemde en vooral wie je moest laten vallen. Het ging goed: de hele verkiesbare lijst bleef overeind, al dreigde het even mis te gaan bij een kandidaat die vanuit het kraambed na vallen en opstaan met grote meerderheid haar tweede overwinning met blijdschap vierde. 
Het stimuleerde: alleen lofuitingen waren toegestaan en geen superlatief werd onbenut gelaten. Menig riep “Ik had hier eigenlijk niet willen staan” een lans brekend voor het zoveelste talent. Het ging geëmancipeerd: Mensen die voor andere kleuren opkomen, wethouders die getuigen voor jongeren, jongeren die een met alle respect wat meer ervarenen op een voetstuk plaatsten. Stille krachten kregen een kans, “altijd overal-aanwezigen” en “communicators” kregen verdiend een hoger plekje. Want het draait om de burger en het contact met hen. En niet om specialisme, zoals Walter terecht zijn keuzes verdedigde. “De hele stad zit al vol specialisten, we zoeken juist naar samenhang en visie”. 
Om half elf was ik gaar, na 13 uur vergaderen. De belangrijkste beslissingen waren genomen. Lodewijk zou vast en zeker nog een vlammend en welbespraakt betoog houden (klik hier voor zijn speech), waarna het feest kon beginnen. Maar ik zat al op de fiets en overpeinsde deze gedenkwaardige dag. Wind in de rug, huiswaarts. Als alle politieke partijen zoveel talent hebben dat ze een halve dag nodig hebben om daaruit de beste te kiezen, dan moet het vertrouwen in de politiek terug komen. Kan niet anders. En wordt Amsterdam er alleen maar eerlijker op, sterker en veiliger. En daar gaan we voor, voorwaar, voorwaarts!
En vergeet niet:



