Onderwijs heeft niets aan een mooiweerpartij

Wie is dé onderwijspartij? Volgens mij niet D66. Alexander Pechtold wil €2 miljard uitgeven aan onderwijs, maar met welk idee? Ik ben bang dat hij vooral meedoet aan de Haagse wedstrijd dat degene met de grootste zak geld  ook het meest om het onderwijs geeft. We hebben niets aan een mooiweerpartij als er zoveel moet veranderen. Daarom wil ik met je in debat, Alexander, hier in Amsterdam, waar we met veel minder geld veel ten goede veranderd hebben. Lees verder voor mijn uitnodiging aan je, die vandaag ook als open brief in NRC Handelsblad staat.

 

Beste Alexander,

Ik was een fan. Niet van D66, maar wel van jou. Ik vind het knap hoe je je partij na de 3 zetels uit de as hebt doen herrijzen en hoe je in de Tweede Kamer je eigen geluid vertolkt. Als liefhebber van debat zit je echter niet te wachten op loftuitingen maar op inhoudelijke kritiek. Welnu.

D66 profileert zich graag als dé onderwijspartij. Maar waarom eigenlijk? D66 vindt onderwijs belangrijk, ja. Net als wereldvrede. Maar wat maakt dat jullie je dé onderwijspartij durven noemen? Ik begin bang te worden dat het toch vooral de Haagse wedstrijd is dat degene die de grootste zak geld over de schutting gooit, het meest om het onderwijs geeft. Welnu, ik heb nieuws voor je. Dat gaat niet helpen.

Eerst efficiëntie, dan het geld – niet andersom
Recent heeft het SCP in het rapport “Waar voor ons belastinggeld?” laten zien dat veel extra geld nergens toe leidt als het niet samen gaat met een heldere visie op het onderwijs. Ambitieniveau, heldere normen, bijscholing van leraren, nieuwe methoden en een Inspectie die waar nodig echt optreedt, zijn vele malen belangrijker dan weer meer geld er tegenaan smijten. Dat maakt dat jouw agenda – 2 miljard erbij en het komt goed – voeding geeft aan het cynisme over het onderwijs, en eigenlijk ook over de politiek.

De neiging om telkens maar met zakken geld te komen zonder een inhoudelijk idee wat ermee moet gebeuren, zonder een visie op de rol van het onderwijs doet denken aan sommige heel ouderwetse PvdA’ers. Een uitzondering maak ik hier overigens voor Alexander Rinnooy Kan, die ik hoog acht en die wel al jaren consistent pleit voor verbetering in het onderwijs.

In een tijd waarin elk dubbeltje wordt omgedraaid, is het van cruciaal belang dat investeringen iets opleveren. Het geld is niet van D66. Gratis geld bestaat niet. Begrijp me niet verkeerd, je mag dit pleidooi niet uitleggen als een vrijbrief om op het onderwijs te bezuinigen. Ton Elias van de VVD staat al klaar om a contrario te beweren dat er dus best geld af kan. Ook onzin, en uiteindelijk nog schadelijker dan die van jou.

Echt iets veranderen: het kan
In Amsterdam verkeerde het basisonderwijs een paar jaar geleden in een noodtoestand. Meer dan 40 zwakke en zeer zwakke scholen, en tientallen andere liepen ernstige risico’s. De stad Amsterdam besloot dit niet langer te accepteren en ik kreeg de taak te helpen de kwaliteit te verbeteren. We trokken er geld voor uit en besloten geen genoegen te nemen met de klassieke rolverdeling – geld schuiven, geweten afgekocht, volgend jaar verder.

Nee, we eisten dat de scholen mee financierden, en we eisten en kregen toegang tot de klas. Oud-onderwijsinspecteurs kwamen kijken hoe de juf of meester het deed en er werden veel grondiger verbeterplannen opgesteld dan ooit te voren. Alle informatie die we zo vergaarden werd gepubliceerd. Onderwijs is immers een publieke taak die met publieke middelen wordt verricht en de samenleving heeft er recht op te weten hoe scholen het er van af brengen. Totale kosten: een schijntje van jouw 2 miljard.

Onverwachte weerstand
Anders dan je zou wachten waren er in het begin veel schoolbesturen die negatief waren over deze rol van de gemeente. Met een beroep op de onderwijsvrijheid en de autonomie van scholen wezen ze iedere inmenging van de stad af. Het leidde zelfs tot enkele forse ruzies waarbij de samenwerking dreigde te eindigen. Maar omdat onze experts intussen het vertrouwen van de leerkrachten hadden gewonnen wilde men uiteindelijk toch door. Bovendien begonnen de resultaten te verbeteren.

Anno 2012 kent Amsterdam nog ca 10 zwakke scholen. Het basisonderwijs laat op alle niveaus een significante verbetering zien. De cultuur is veranderd van defensief eilandenrijk naar zelfkritische, open professionals.

Deze verandering, waarbij geld niet de meest dominante factor was, hadden we nooit kunnen bewerkstelligen zonder steun uit de politiek. De onderwijsaanpak werd raadsbreed gesteund, van SP tot VVD. Een partij was tegen: de jouwe.

D66 vond het onwenselijk dat er ruzie werd gemaakt en vond dat de relatie met schoolbesturen zwaarder moest wegen dan hun prestaties. ‘We gaan er immers niet over.’ En als ik van een afstand naar Den Haag kijk, zie ik je partij mooie woorden spreken over het belang van goed onderwijs maar tegelijkertijd met de Kunduzpartners bijna 1 miljard erop bezuinigen. Is dat wat je bedoelt met ‘en nu vooruit’?

Begrijp je, beste Alexander, dat ik ongerust ben over de gapende kloof tussen de pretentie van D66 voor onderwijs en de prestaties in de praktijk? En dat terwijl er zoveel te doen is…

Het kind centraal
De komende jaren moet het beroepsonderwijs hervormd worden, zodat kinderen zich weer gekend weten in de klas. De meester moet terug op school door het beroep van leerkracht weer serieus te nemen. Op de middelbare scholen moet vorm gegeven worden aan echt burgerschapsonderwijs met aandacht voor sociale competenties. En de jongste kinderen moeten de Nederlandse taal leren zodat ze zonder achterstand aan school beginnen en dit de laatste generatie is waar taal de toekomst beperkt. Het toezicht op de geldstromen moet beter, evenals het gedrag en de cultuur in de top van het hoger onderwijs.

D66 presenteert zich graag als de veranderingspartij. Tegenwoordig bevolkt ze echter de gremia die echte verandering onmogelijk maken. De partij met de meest oud-ministers voor Bestuurlijke Vernieuwing in de gelederen, lijkt nu op onderwijsgebied vooral de status quo te willen behouden. Relatie boven resultaat. Geen einde aan de quango structuren in het beroepsonderwijs. HBO’s en MBO’s die worden gerund als quasi-bedrijven zonder enige interesse in de leerlingen. MBO’s waar jongeren worden opgeleid voor werkloosheid, in plaats van een echt vak leren.

Niemand is verantwoordelijk bij falen – kijk naar Amarantis – en falend toezicht waar nauwelijks op kan worden ingegrepen. Echte verandering begint met een politiek die zich weer echt bekommert om het onderwijs, in plaats van goede sier maken met een grote zak geld. Met het geld dat overblijft kan dan iets anders nuttigs gedaan worden.

Laten we daarom het debat voeren. Het echte debat. Vóór 12 september, op een locatie naar keuze.

Debat
Mijn stelling: het Nederlandse onderwijs heeft niets aan een mooiweerpartij. Verandering in de klas bereik je niet door een zak geld naar de onderwijskoepels over te maken. Hervormen is veel meer dan het VVD program van een progressief sausje te voorzien. Hervormen is hard werken en verandering in de praktijk realiseren.

Ik hoop dat je me positief verrast en dat ik je ten onrechte beschuldig van windowdressing. Zou het, als je toch werk wil maken van beter onderwijs niet prachtig zijn als we samen optrekken voor betere scholen, in stad en in land?

 

Met hartelijke groet,

Lodewijk Asscher