Do 9 Sep 2004 - Lodewijk Asscher
Voorzitter, daar zitten we dan. We spreken over ruimte voor talent en eigenlijk ook over de creatieve stad en Richard Florida. Het debat kent een haarspeldbochtachtige geschiedenis. Dat is ook niet verwonderlijk als je leest uit hoeveel nota’s, plannen en beleidsstukken het laatste stuk is gedestilleerd. En hoewel we moeten waken niet door te slaan in hypegedrag is het goed dat we vandaag spreken over de strategische ontwikkeling van onze economie. De discussie over de creatieve stad verdiend dat.
Over de verschillende nota’s en over het debat van vandaag hangt onmiskenbaar de schaduw van de Amerikaanse auteur Richard Florida. Zijn the rise of the creative class heeft ongetwijfeld niet alleen mijn zomervakantie gevuld. Florida is evident een creatieve wetenschapper. Hetzelfde geldt voor onderzoekers als Gerard Marlet die voor de zomer in Economische Statischtische Berichten schreef over dit onderwerp.
De kunst voor ons als Raad is om een scherp onderscheid te maken tussen de hypes en versimpeling aan de ene kant en de reële ontwikkelingen en keuzes aan de andere kant. Het verschil tussen hype en hulpmiddel kortom.
Wat is volgens ons onderdeel van de hype? Allereerst de term ‘creatieve klasse’. Florida zegt zelf ook dat de ‘creatieve klasse’ niet nieuw is. Creatieve mensen zijn er altijd al geweest. Sterker nog: Amsterdam heeft ook altijd veel creatieve inwoners gehad. De definitie van creatief is ook zo breed gekozen dat het erg moeilijk is er niet direct of indirect bij te horen. Om het in Amsterdamse 2004- slogantaal te zeggen: I am Creative!
Het is ook iets om trots op te zijn dat onze stad al eeuwen wordt gekenmerkt door creativiteit door slimheid door openheid. De cultuur van de stad is per definitie een factor voor de welvaart van de stad. Maar daarmee is niets gezegd over hedendaagse economische dilemma’s.
Florida onderscheidt drie T’s die bepalend zijn voor succes. Technologie, tolerantie en talent. Over de derde T, ‘talent’, gaat de notitie van Cohen. En hier doet zich een opvallende paradox voor. Als we iets kunnen leren van de geschriften van Florida dan is het wel dat de Creatieve klasse niet te sturen is. Als we dus een creatieve klasse willen, moeten we misschien juist zo min mogelijk beleid daarvoor maken. We moeten de discussie over de creatieve stad in ieder geval niet te eenvoudig gebruiken als vehikel om een ander debat, over sociale woningbouw, te beslechten. Te simpel, te eendimensionaal. De creatieven wonen juist vaak in sociale woningbouw. Soms krijg je bijna de indruk dat door bijvoorbeeld D’66 gestreefd wordt naar een creatieve stad voor de elite, een creatief Wassenaar.
We moeten scherp onderscheid maken tussen wat wij moeten doen en wat we juist niet moeten doen. Neem het door de Volkskrant geïnterviewde lid van de creatieve klasse. Deze jongen mijmerde dat het bijna bankroete Berlijn zo hip is omdat er allemaal leegstaande gebouwen staan waar niks mee gebeurt. Tsja. Blijkbaar is er een voorliefde voor oude, vervallen gebouwen die toch niet zou moeten leiden tot verwaarlozing en faillissement van de stad.
De econoom Gerard Marlet laat zien dat de creatieve klasse vooral actief is in steden die goed scoren op de woonaantrekkelijkheidsindex. In deze index wordt rekenening gehouden met de aanwezigheid van voorzieningen als natuur, cultuur, historisch karakter, culinair aanbod, aanwezigheid universiteit, maar ook van ‘gewone traditionele’ aantrekkelijkheidskenmerken als: bereikbaarheid, aanwezigheid van werk. Ook economen als Kloosterman en Musterd laten zien dat Amsterdam in veel opzichten goed presteert.
Wat in dit kader interessant, en relatief nieuw, is, is de notie van Richard Florida dat de arbeidsmarkt eerder een push-factor is dan een pull-factor in de economie. Dus: een goede arbeidsmarkt trekt werkgelegenheid aan en niet andersom.
Arbeid als pull-factor, een prettige stad voor ondernemende, creatieve mensen. Waar staat Amsterdam dan? Sako Musterd, die ook in de notitie van Job Cohen wordt aangehaald, zegt: ‘Amsterdam kan zich zonder gene het label van internationale creatieve culturele kennisstad toe-eigenen (…) Het bewonersprofiel van Amsterdam sluit, in vergelijking tot Barcelona en Munchen betrekkelijk goed aan op de ambities om een culturele, creatieve en kennisstad te zijn.’
Voor de PvdA en de stad is vervolgens belangrijk wat we eraan hebben. Belangrijkste conclusie lijkt te zijn dat de creatieve klasse zichzelf heel goed kan bedruipen en juist niet door de overheid geholpen wil worden met het zoeken van een leuke plek en tijdsbesteding. Florida zegt terecht dat creativiteit bij iedereen aanwezig is, maar hij noemt de creatieve klasse de mensen die ‘het geluk’ hebben hun brood te kunnen verdienen met hun creativiteit.
Het probleem van de grote groep laaggeschoolden en het gebrek aan laaggeschoolde arbeid is ondertussen niet opgelost. Dat probleem vergt een diepgaandere analyse, en vooral meer creativiteit dan in de ruimte voor talentdiscussie is te vinden. Een oplossing is onderwijs, natuurlijk. Maar volgens de PvdA is het juist dit onderwerp dat ons de komende tijd meer bezig zou moeten houden. Wij zullen komen met voorstellen en willen Raad en College ook uitnodigen hierover binnenkort te praten tijdens een Debat van de Arbeid.
Voorlopig moeten we zorgen voor voldoende sociale woningbouw, voldoende goede scholen en voldoende stageplekken. Daar moet het beleid zich op richten, zodat iedereen in Amsterdam kan wonen, leren, werken en liefhebben. Dan is Amsterdam een vrije, dynamische, creatieve, welvarende en sociale stad. We moeten creatief zijn in ons beleid. Zonder dat we ons ‘creatieve stad’ hoeven te noemen.
Citaat: " Voorlopig moeten we zorgen voor voldoende sociale woningbouw, voldoende goede scholen en voldoende stageplekken. Daar moet het beleid zich op richten, zodat iedereen in Amsterdam kan wonen, leren, werken en liefhebben. Dan is Amsterdam een vrije, dynamische, creatieve, welvarende en sociale stad. We moeten creatief zijn in ons beleid. Zonder dat we ons ‘creatieve stad’ hoeven te noemen."
Dit is klinkklare nonsense, geheel gedreven uit de behoefte de visie van de PvdA te verkopen (dat er meer sociale woningbouw moet komen, en scholing/leerprojecten voor kansarmen).
Creativiteit, daar gaat het inderdaad niet om. Wel om welvaart en de positieve gevolgen daarvan (noem het lekker meteen tendentieus Wassenaar). Dan is het van belang dat er in Amsterdam naast de ruimschoots aanwezige laag geschoolde werkzoekenden ook nog een ruime groep beter gesitueerden wil wonen. Dat betekent dat er dus verhoudingsgewijs minder sociale woningbouw moet komen (daar mogen deze mensen niet wonen) en meer duurdere huur en koop ( Amsterdam loopt hierin erg achter op de regio).
Als dat niet gebeurt, wordt Amsterdam (nog) minder welvarend, nog minder vrij (steeds meer een politiestaat om de onrustige arme jongemannen in bedwang te houden), minder
creatief (daar is geen geld meer voor en geen behoefte meer aan) en minder sociaal (elke dag is voor iedereen een struggle for life). Dynamisch is Amsterdam dan ook niet meer want er zit nergens meer beweging in (waarheen? Ontsnappen kan niet meer binnen de stad).
Wees niet zo arrogant om te denken dat mensen met een opleiding en een baan toch wel blijven. Ze keren de stad meer en meer de rug toe, de regio in. Die ontwikkeling is alleen te keren door (delen van) de stad echt aantrekkelijk te maken voor deze mensen. Dat lukt niet met sociale woningbouw (sterker nog, in 70/30 projecten willen heel veel mensen niet meer investeren. Die woning raak je niet meer kwijt).
Blijven de brains, dan blijven de bedrijven en dan komen er ook stageplekken, banen en meer welvaart voor de minder gesitueerden in de stad. Blijf je ze wegjagen, dan moet je op de blaren zitten.
Wassenaar? Nee, maar ook geen troosteloze ellende zoals dat Rotterdam.
hans K
En wij maar denken dat de PvdA het eindelijk had begrepen. Mensen als Wouter Bos en het "talent" Lodewijk Asscher zouden de PvdA een nieuw tijdperk binnen loodsen met aandacht voor meer dan mensen afhankelijk houden van vadertje staat.
Bij Asscher is in ieder geval geen sprake van vernieuwing. Gewoon ouderwets vasthouden aan de eigen achterban en niets willen veranderen. Hou de lagere inkomens vooral afhankelijk met premies, toelagen en ze zullen trouw aan de PvdA blijven. Alle andere mensen moeten zichzelf maar redden, daar zijn ze sterk genoeg voor. Helaas is de positie van deze andere groepen in Amsterdam bijna zwakker dan die van de lagere inkomens.
Zij hebben toegang tot slechts ca 30 % van de woningmarkt, krijgen geen kwijtschelding van allerhande premies, moeten zich blauw betalen voor eventueel autobezit, etc..
Vertroetelen hoeft absoluut niet, maar negeren, schofferen en de stad uitjagen met een eendimensionale blik op de stad ook niet. En dat is wat de PvdA hier doet.
Volgens de PvdA moeten andere groepen dan lage inkomens eigenlijk blij zijn dat ze in Amsterdam mogen wonen. Ik zou het omdraaien: laat Amsterdam blij zijn dat zij hier wíllen wonen!!
En nu maar hopen dat alle salonsocialisten van Amsterdam in 2006 bij hun zinnen komen. Anders zie ik het somber in voor Amsterdam.....
Snappen jullie niet dat als de stad een postivief klimaat schept voor een creatieve klasse dat de economie dan ook aantrekt? En wat gebeurd er dan? Dan kan er voor de uitkeringtrekkers ( en de mensen die echt recht hebben op bijstand) een beter leventje verzorgd worden. Willen jullie even verder kijken dan je neus lang is? En de tekst goed lezen? We zijn hier tenslotte op de site van de PvdA, en wat kan je dan verwachten? Juist, een propaganda praatje. Ik had verwacht dat jullie dat wel zouden begrijpen.
Truus
Om te reageren moet je ingelogd zijn.